LOCATIE

De Grote schans of Brummense schans was een schans gelegen langs de westelijke oever van de IJssel bij Leuvenheim in het Gelderse Brummen. Tijdens de Tachtigjarige Oorlog maakt het onderdeel uit van een Staatse linie met schansen en forten dat langs de gehele linkeroever van de IJssel lag, vanaf IJsseloord bij Arnhem tot aan Kampen. De schans werd waarschijnlijk in 1605 op bevel van Prins Maurits opgeworpen. Binnen de schans was een wachtpost en onderkomen voor een kleine groep soldaten aanwezig waardoor de schans feitelijk dienst deed als fort.

Het Twaalfjarig Bestand liep ten einde in 1621. Na de hervatting van de strijd verliep deze aanvankelijk niet gunstig voor de Republiek. De Spaansgezinde Graaf Hendrik van den Bergh nam de schans in tijdens zijn Inval van de Veluwe in 1624 en viel vandaar plunderend het Kwartier van Veluwe binnen. De Schans werd nadien door de Staatsen behoorlijk versterkt en uitgebreid tot en met de oostkant van de IJssel ten zuid-westen van Bronkhorst in het Graafschap Zutphen. De uitbreiding aan deze kant werd met een bruggenhoofd aan elkaar verbonden. Er werden troepen van Jan van Nassau gelegerd in Brummen en Empe om dit bruggenhoofd te verdedigen. Voor het laatst speelde deze schans een grote rol tijdens de Tweede Spaanse inval van de Veluwe van 1629.

De Eerste Inval van de Veluwe vond plaats van 16 tot en met 24 februari 1624, toen graaf Hendrik van den Bergh,  stadhouder van Spaans Opper-Gelre en neef van Willem van Oranje(!), plunderend het Kwartier van Veluwe en een deel van het Graafschap Zutphen binnenviel. De plotselinge inval van strenge vorst maakte het mogelijk rivieren over te steken. Hij trok met 6.000 soldaten de bevroren IJssel over om steden als Arnhem, Dieren en Ede te plunderen.
Van den Bergh trok met 2.000 man, bestaande uit veerig vendels ruiters, tien tot twaalf regimenten voetvolk, na de inname van de schans bij IJsseloord door naar Dieren waar hij het kasteel de Gelderse Toren plunderde en kasteel Engelenburg te Brummen in brand stak. Bij de Grote Schans in Leuvenheim werd een brug gebouwd over de IJssel zodat de terugreis van het Spaanse leger verzekerd zou zijn.

De Tweede Inval van de Veluwe was van 21 juli tot eind augustus 1629 een afleidingsmanoeuvre in een samenwerking tussen Spaanse en Keizerlijke legers, in een poging het Beleg van ‘s-Hertogenbosch te breken. De inval vond plaats onder leiding van (wederom) Hendrik van den Bergh en Ernesto Montecuccoli. Van den Bergh trok met 7.000 ruiters en 25.000 man voetvolk op 17 juli naar Zeeland (bij Grave).  Op 21 juli had Montecuccoli zich met een keizerlijk leger van 14.000 man bij het leger van Hendrik van den Bergh gevoegd. Van den Berghs leger zou alle schansen langs de IJssel bezet houden om de terugtocht te verzekeren. Het was bekend terrein voor de graaf.
Montecuccoli trok plunderend via Ede, Lunteren en Barneveld naar Amersfoort. Van den Bergh nam de Grote Schans te Brummen in en verbleef in het Hof te Dieren te Dieren. In deze periode werd de Schans flink uitgebreid tot een nog omvangrijker bolwerk. Op 19 augustus kreeg de Montecuccoli het nieuws dat door de inname van Wesel door Staatse troepen deze stad verloren was gegaan voor de Spanjaarden. Daarmee waren zijn troepen van een belangrijke toevoerroute afgesneden. Op 24 augustus trok Montecuccoli trok zich terug via de IJssel.

Na de roerige periode in de Tachtigjarige Oorlog werd de Schans een aantal eeuwen aan zijn lot overgelaten. Pas in 1881 is het gebied weer in de belangstelling gekomen. Als weiland werd de Schans verkocht aan W.D.B. Arutz, die een jaar later vergunning verkreeg voor de bouw van een steenfabriek op het aangekochte terrein. Klei uit de Spaensche Schans werd gebruikt voor het produceren van bakstenen waardoor de Schans als verdedigingsbouwwerk verloren is gegaan. Na een reorganisatie in 1921 zijn er uitgaven gedaan die de financiële draagkracht van steenfabriek De Schans N.V. te boven gingen. Gevolg was een publieke veiling in 1937 waarbij gebouwen, erven en omliggende weilanden zijn verkocht. De nieuwe eigenaar liet vervolgens de steenfabriek slopen, waarna de natuur weer grotendeels bezit nam van de Schans.