hey, jij daar!

ik wil je wat vertellen...

mail mij...luister mee...

Hoi. Ik zie dat je blogt. Vraagje. Lees je ook erotische romans?

Dat bericht zag ik in mijn inbox, van een voor mij onbekende afzender. Ik keek schielijk rond, alsof iedereen die om me heen zat aan mij kon zien wat mij gevraagd werd. Zal wel weer spam zijn, dacht ik.

Één augustus. Het was warm in Nederland toen ik deze vraag in mijn postvak vond, en prompt brak het zweet me uit. In eerste instantie negeerde ik het bericht, maar in mijn achterhoofd bleef een stemmetje nieuwsgierig op mij inpraten.

Vijf augustus. Het stemmetje in mij bleef maar om aandacht vragen, tijd voor actie dus.

‘Hoi Sara, ik heb zulke boeken weleens gelezen... (leugenaar! gilt de stem meteen)... mag ik vragen waarom je dat vraagt?’

Of ik het boek dat zij geschreven had wilde lezen en of ik daar dan een blog over zou willen schrijven. Ja, daar zag ik wel wat in, maar wilde niets garanderen. Eerst lezen en dan kijken of het mij aanspreekt. Stuur maar door.

En zo begon mijn contact met mijn mysterie fan. Mysterie fan, hoor ik je denken? Wie is die schrijfster? Misschien is zij wel een hij, want schrijft onder een pseudoniem, namelijk als Sara Sparkel. Bekt overigens wel lekker.

Maar, waarom ik? Er zijn zoveel bloggers…

Ik was je toevallig op Facebook tegengekomen en heb een aantal leuke blogs van je gelezen. Je schrijft vanuit je hart en daar hou ik van. Als ik je blogs lees ben ik direct mee met wat je zegt, dat is talent. Ik was heel blij dat je interesse had in mijn boek en hoop dat je ervan genoten hebt.

Nou, zeg daar dan maar eens nee tegen. Enigszins gevleid door haar woorden begin ik aan de opdracht.

Mijn blog - ‘de weg kwijt’ - wordt morgen in de Metro gepubliceerd.

dinsdag 16 oktober 2018 in Metro

Vanmorgen stuurde ik een verkorte versie van mijn blog ‘de weg kwijt’ naar de redactie van Metro. Een korte versie, omdat columns daar maximaal 400 woorden mogen bevatten en mijn blog er meer dan 800 had. Dat betekende dus herlezen en woorden/zinnen schrappen zonder mijn verhaal tekort te doen. Ik had al zoveel leuke reacties op mijn blog gehad, dat ik dacht ‘Kom, ik waag het erop!’

‘Ready to go!’, reageerde ik enthousiast op de vraag van mijn vriendin.

Vriendinnenavond. Een avond uit, zonder de mannen. Al was dat in háár geval niet zo’n probleem, want ze zat midden in een scheiding. Ze kon dus wel een verzetje gebruiken en ik offerde me vrijwillig op. Telefonisch hadden we al even kleding-contact. We gingen voor een rokje. In mijn geval een zwart leren minirokje, hoge laarzen en een doorschijnend topje.

We gingen met de trein, of dat een retourtje zou worden of een taxi terug was nog maar de vraag. Eerst doken we een restaurant in. Met lege maag was het immers niet verstandig om de kroeg binnen te stappen. We hadden heel wat bij te praten, maar hadden ook zin om de bloemetjes lekker buiten te zetten.

‘Waar is de stad?’

‘Weet u waar de stad is?’

Ik had haar al zien lopen, achter haar rollator. Een kleine oude mevrouw, een beetje voorovergebogen houding, mooi grijs haar, prachtige jurk, verzorgd type. Ik reed mijn auto in een van de parkeervakken bij het winkelcentrum. Zij stond naast twee andere - veel jongere - vrouwen tussen de geparkeerde auto’s en leek met hen in gesprek. Het konden haar dochters zijn. Wat me opviel was dat die twee vrouwen even later nogal gehaast voor haar uit liepen naar de winkelwagentjes. Ik weet nog dat ik dacht: ‘Loop niet zo snel! Met die rollator kan zij jullie nooit bijbenen...’ Winkelwagentjes genoeg, waarom die haast?

‘Moet ik hier rechts?’ Haar vragende ogen keken mij aan. ‘Ik moet naar de stad.’

Dan moet u nog een aardig eindje lopen, grinnikte een stem in mij.

‘Mevrouw, wij hebben hier geen stad, maar wel een winkelcentrum.’ Ik knikte met mijn hoofd naar de ingang van de overdekte promenade, terwijl ik mijn winkelwagentje voortduwde. Verward bleef ze me aankijken. Ik stopte.

Daar stond ik, hijgend en puffend in mijn hardloopkleding. En ik had me een dorst! Oef, ik kon wel een hele fles water op. Mijn benen voelden zwaar. Het zweet droop in straaltjes over mijn rug, alles plakte.

Ik drukte mijn neus tegen de bos bloemen die ik aan de finish had gekregen en rook met gesloten ogen de geur van de fresia’s op. Heerlijk! Nou, waar blijft hij nou? Hij zou me toch opwachten aan het einde van de straat? Ik ijsbeerde ongeduldig op de stoep, schudde mijn warme vermoeide voeten los en hield intussen alle mensen in de omtrek nauwlettend in de gaten. Nog steeds geen teken van mijn vriend. We hadden hier toch afgesproken, op deze plek? Of … was hij misschien toch nog naar de parkeerplaats gegaan waar de bus stond te wachten? Ik wachtte tien minuten en toen hakte ik de knoop door. Die bus-parkeerplaats was maar een paar honderd meter verderop, ik nam de gok en liep er heen.

Even later dacht ik eerst nog dat ik naar de verkeerde plek was gegaan, maar de straatnaam en alles klopte. Het was er echter akelig leeg. Geen bus meer, geen atleten, geen wachtende mensen. Snel werd mij duidelijk dat ze zonder mij vertrokken waren! En erger, al mijn spullen lagen er in, mijn jas, portemonnee, deodorant, alles wat ik nodig had was foetsie.

Minutenlang staarde ik naar de telefoon die voor mij op tafel lag. Het was zo fijn om zijn stem even te horen, over een paar dagen kon ik hem ophalen uit het ziekenhuis. Zes dagen moest hij er blijven om te herstellen van de kruisbandoperatie, ik had nog twee dagen en alles lag volledig op schema, het zou me zeker lukken…

‘Hé lieverd, ik heb goed nieuws!’

‘Ik weet het, over twee dagen kom ik je halen?’

‘Nee joh, ik mag vanmiddag al naar huis.’

Lichte paniek maakte zich van mij meester. Ik rende naar boven en probeerde te redden wat er te redden viel, werkte me nog een uur in het zweet, maar tevergeefs. Hoezo mocht hij vandaag al naar huis? Waar sloeg dat nou weer op, hadden ze me dat niet van tevoren kunnen vertellen? Na een verkoelende douche stapte ik met enige tegenzin in de auto. That’s life!

Thuis nog even samen een kop koffie drinken. 's Avonds zouden we na het eten wat vroeger dan normaal naar bed gaan.

‘Het klinkt gek, maar doe nou eens alsof je in je lingerie staat. Voel je kwetsbaar!’

Doe normaal, meent hij dat nou echt?

‘En als ik dit teken geef, val jij in.’ Hij maakt met zijn hand een groot gebaar in de lucht.

Het is al de zesde keer dat ik het probeer, maar het lukt me nog steeds niet. Het juiste gevoel komt maar niet, ik raak niet in de juiste stemming. In gedachten ben ik met teveel dingen bezig. En dan loopt hij weg, de deur door, en laat mij vertwijfeld achter. Nog voordat ik kan besluiten of ik dit wel wil doorzetten staat hij alweer voor mijn neus, nu met een fles rode wijn. Hij schenkt mijn glas, waar water in zat, vol met wijn. ‘Hier. Drink maar op, daar word je wat losser van.’ Zwijgend pak ik het glas aan en neem een flinke slok.

Twintig minuten later proberen we het nog maar eens een keer. En warempel, onder de gedimde lampen doet de wijn langzaam z’n werk. Daar sta ik, in mijn rode lingerie, een beetje kwetsbaar te wezen, bij de microfoon. Zijn handgebaar volgt, de geluidsknoppen worden opengezet. Alle ruis in mijn hoofd glijdt weg. Het gaat top!

‘Vertel dat verhaal nog eens, mam...!’

Avondeten. We zitten met z’n zessen aan tafel, er heerst een gezellig drukke en uitgelaten sfeer. Ik geniet daar altijd enorm van. Niet omdat ze wat ik hen voorschotel steevast lekker vinden, maar omdat het er gewoon niet zo vaak van komt met al die volle agenda’s. De ene komt pas om zeven uur thuis van school, de ander vliegt om kwart voor zeven alweer de deur uit om te trainen of is nog laat aan het werk en zo kan ik wel even doorgaan.

Ik vertelde van hoe het allemaal in zijn werk ging toen ze nog peuter waren en er nog niet zoiets bestond als internet shoppen.

‘Mam, mogen we dat nog een keer? Dat "groot denken"?’

De vorige keer schreef ik dat ik genomineerd was voor de Liebster Award. Wat voelde ik me gevleid dat mijn blog "hey, jij daar!" (zie mijn Facebook pagina) genoemd werd. Als je wilt kun je een en ander nog even nalezen. Ik wacht wel even …

Ik heb er best wat werk aan gehad en tijd aan besteed en heb met plezier de vragen beantwoord en nieuwe genomineerden gezocht. Dit leverde leuke contacten op, win-win dus! Wil je weten wat mij bezig houdt? Benieuwd naar mijn nominaties?

Op het moment dat ik een berichtje op Messenger binnen krijg ben ik niet thuis. Ik kijk op mijn telefoon en zie een berichtje van een account dat ik niet herken. Twee keer moet ik de boodschap lezen om precies te begrijpen wat er staat. Het is een nominatie voor de Liebster Award. Nog een keer lezen… De Liebster Award? Yoechee! Woehoeeee! Vanaf dat moment wordt mijn aandacht er volledig door opgeslokt. Het liefst rijd ik nu meteen naar huis om er een blog aan te wijden, helaas moet dat wachten… (tot vanochtend)

De regen kwam met bakken uit de hemel. Een pijnscheut joeg door mijn lichaam toen ik met mijn knieën op de grond viel. Tussen de wazige weerspiegeling van neonletters en lantaarns zag ik mijn silhouet in het natte wegdek. Mijn rechterhand omklemde het mes. De gebeurtenissen van die dag schoten als in een flits voorbij. Sirenes klonken steeds luider en kwamen nader. Toen werd alles zwart om me heen en viel ik flauw.

Ik word de laatste tijd steeds meer een zogenaamde ‘kommaneuker’. Let wel, ik ben anderen niet aan het verbeteren en ik denk ook niet dat ik het allemaal zo goed weet. Ik wijs niemand op taalfouten of verkeerd gebruik van interpunctie (dan heb ik het vooral over d’s en t’s die vaak verkeerd gebruikt worden). Nee, ik ben huiverig om zelf die fouten te maken … je bent schrijfster of je bent het niet hè!

Op instagram volg ik Taalvoutjes. Dat is echt té leuk! Dat account verzamelt en plaatst taalfouten uit etalages, van reclameborden, uithangborden, verkeersborden, noem maar op. Om een paar voorbeeldjes te noemen: tweedehans, chinees met saté, of ultra observerend keukenpapier

Ik merk dat ik me de laatste tijd door alles en iedereen laat afleiden. Neem nou die reclameblaadjes die op de mat vallen, die ik daarna doorblader alsof mijn leven ervan afhangt. Of wanneer ik zomaar ineens een onbedwingbare drang voel om de badkamer uit te soppen, of mijn sportspullen bij elkaar grijp en acuut naar de sportschool ren. En de godganse dag gaan mijn gedachten ook nog eens alle kanten op. Waar zal ik over schrijven? Weet ik er voldoende over of moet ik eerst nog iets lezen of uitzoeken? Broedtijd noem ik dat. Alleen deze keer lijkt er aan dat broeden geen einde te komen.

‘Hadden we nou maar een dashcam gehad!’

Ik kijk in mijn achteruitkijkspiegel en zie mijn meiden op de achterbank ingehouden giechelen.

‘Waarom dat?’ vraag ik quasi nonchalant.

‘Nou, dat had heel veel views opgeleverd’, reageren ze bijna gelijktijdig.

Ik was een verkeerde straat ingeslagen, reed volgens mijn TomTom een weiland in en moest nu ergens zien te keren.

Doos, draai om...’ Nou ja! Ook Giel Beelen, althans zijn stem op onze TomTom, bemoeide zich er tegenaan.

‘Dan zie ik je straks rond twee uur in het Vondelpark, bij ’t Blauwe Theehuis. Ach, dat vind je wel, kan niet missen!’ Daarna hing ze op. Lotte klonk gehaast en opgewonden. Het had even geduurd en kostte wat overtuigingskracht, maar na wat tegenstribbelen had in ingestemd. Ze moest me spreken!